Tien jaar werk aan `chemische tijdbom`

BROEK IN WATERLAND - De eerste giftonnen worden uit de sterk vervuilde
Volgermeerpolder gevist. Medewerkers van het verwerkingsbedrijf Ecotechniek
bergen de eerste van in totaal 1 130 vaten. Ze gaan gehuld in witte pakken en
zijn behangen met frisse luchtslangen. De eerste fase van de sanering is
begonnen. Er wacht nog tien jaar werk.
De vaten bevatten gechloreerde koolwaterstoffen, zoals chloorbenzenen en
-fenolen, lindaan, furanen en het meer bekende dioxine. Ruim tien jaar hebben de
vaten gewacht op verbranding. In 1981 is een groot aantal vaten dat aan de
oppervlakte lag, opgegraven en opgeborgen in 26 zeecontainers. Nu bleken deze
containers niet meer lekvrij en is men begonnen met het bergen en verbranden van
de ruim duizend vaten.
Het project is onderdeel van de totale sanering van de 'chemische tijdbom' van
Noord-Holland. Driehonderd ton afval moet worden vebrand.
Naast verbranding van de vaten met chemisch restafval zal de Volgermeerpolder
worden geisoleerd. Om de polder wordt een stalen damwand in de grond geplaatst
met een diepte van gemiddeld vijftien meter. Vervolgens zal het grondwaterpeil
van de polder worden verlaagd tot vier meter N. A. P. Dit om te voorkomen dat
vervuild grondwater wegstroomt naar naastgelegen woongebieden. Het totale
project kost 226,8 miljoen gulden - ruim 50 miljoen meer dan voorheen geraamd.
Het rijk en de gemeente Amsterdam staan garant voor de financiering.
Zo op het eerste gezicht harmonieert de polder met de landelijke omgeving van
Broek in Waterland. Dichterbij gekomen blijkt de polder echter een oude
stortplaats, begroeid met gras en riet. Langs een modderig pad liggen
ontwortelde dode bommen. Het riet is donkerbruin en ligt platgeslagen op even
dor gras. Her en der liggen autobanden verspreid. In verroeste teilen groeien
dikke graspollen. Vreemd genoeg is het gebied niet geheel verlaten. Enkele
eenden zwemmen in de verschillende wateren van de Volgermeer en achter de
omheining grazen paarden.
Het gebied is een van de meest vervuilde streken van Nederland - vooral door de
toevoer van regen- en grondwater is de vervuiling de afgelopen jaren verspreid
over het gehele gebied. Nu is het moeilijk aangeven waar concentraties van gif
zich bevinden. Het is een mix van huisvuil en chemisch afval geworden. Door de
verdunning is de polder toch leefbaar voor een groot aantal dieren. 's Zomers
huizen hier muizen, wezels en vogels, waaronder een groot aantal roofvogels.
De ergste vervuiling van het gebied dateert uit de jaren zestig. Toen bracht
onder meer het voormalige Philips Duphar (nu Solvay Duphar) chemisch afval van
zijn bestrijdingsmiddelenfabriek naar de stortplaats. Aanvankelijk was
onduidelijk wie als belangrijkste veroorzaker moest worden aangewezen. Eind 1992
maakte de Hoge Raad aan die onduidelijkheid een einde: Solvay Duphar hoefde niet
op te draaien voor de saneringskosten. De Raad argumenteerde dat het bedrijf in
de zestiger jaren niet kon weten dat de regering zich decennia later zou
bekommeren over bodemvervuiling. De overheid moet dus voor de saneringskosten
opdraaien.
Solvay Duphar stelde overigens zelfstandig een onderzoek in naar andere
vervuilers en kwam zo uit bij de gemeente Amsterdam. In de tijd dat Solvay
Duphar chemisch afval stortte, kwamen daar ook chemicalien van de Amsterdamse
huishoudens terecht.
Voorbereidingen
Bij de huidige stand van zaken is Solvay Duphar niet meer in beeld. De provincie
Noord-Holland staat nu aan het hoofd van de operatie. Het provinciaal bestuur
heeft het Utrechtse bedrijf Ecotechniek opdracht gegeven de chemische vaten te
bergen. Directeur C. Schuler staat na maandenlange voorbereidingen te kijken
naar zijn medewerkers. “Over twee weken zijn we hiermee klaar. Het gaat sneller
dan we hadden verwacht en zijn nog niet op complicaties gestuit. De afgelopen
week hebben we al acht van de 26 containers afgevoerd naar de AVR Rijnmond. Wie
de damwand gaat installeren, is nog niet duidelijk. Misschien doen wij dat ook
wel.” Als alles goed gaat, wordt de damwand begin volgend jaar geplaatst. Dat
gaat veertien maanden duren.
Het volledige project is onderverdeeld in vier fases. In een tijdsbestek van
tien jaar moet het gehele saneringsplan zijn afgerond. Een onderdeel dat over
verschillende jaren wordt verdeeld, is isolatie en zuivering van het vervuilde
water. Hierdoor hoopt de provincie het vervuilde water binnen de polder te
houden. Rene Buisman, coordinator van Nederland Gifvrij, heeft zijn twijfels bij
deze methode. Volgens hem is niet zeker dat het grondwater werkelijk wordt
beteugeld. “Het plan op zich is goed, maar eigenlijk veel te laat. Volgens ons
had je het potentiele gevaar van verspreiding van de vervuiling tegen kunnen
gaan, als eerder deelsaneringen hadden plaatsgevonden. Nu is het maar afwachten
of deze methode werkt. De praktijk zal dat uitwijzen.”
Volgens Buisman is verzuimd in de Volgermeerpolder grondig onderzoek te doen.
“Niemand weet wat nu daadwerkelijk in de grond zit. De ruim duizend vaten die nu
worden verbrand, zijn onderdeel van een groot aantal vaten die nog in de grond
zitten.” Rijk van den Hoek van het Burgercomite, dat de belangen behartigt van
omwonenden, deelt de mening van Gifvrij Nederland. Hij vertelt dat dit
saneringsonderdeel volledig onnodig is. “Waarschijnlijk praten we over
honderdduizenden vaten, die nog achterblijven. Wat heeft het voor zin om een
fractie daarvan weg te bergen? Wij willen volledige sanering. Afgraven en alles
verbranden en niet een gedeelte. Daarnaast moet met het huidige plan jarenlang
streng gecontroleerd worden. Wie zegt dat dat gebeurt. Het blijft een smerige
plek en als er niet zorgvuldig op wordt gelet, creeren de verantwoordelijke
bestuurders een ramp voor het nageslacht.”
Volledige sanering is financieel gezien onmogelijk. Voorlichter van de provincie
Noord-Holland, Rienk van der Veen, zegt hierover: “Als we alles zouden afgraven
en verbranden dan zou dat de helft van de Nederlandse begroting kosten. Ik praat
hier over miljarden.”
Ondertussen zijn de opruimers nog druk in de weer in de hermetisch afgesloten
loods. Een lier trekt de oude buidels uit de zeecontainers en met een kraan
worden ze op een rooster geplaatst. De grote delen gaan door een soort
gehaktmolen en de kleinere delen vallen op een lopende band. Als alles is
versnipperd, voert de lopende band het naar plastic tonnen, die vervolgens
worden gesloten en gecodeerd. Hierna zijn de nieuwe chemische tonnetjes klaar
voor eeuwig vertrek.

Auteur: DANA PLOEGER