Monitoring waterkwaliteit op de Volgermeerpolder 2025
Resultaten 2025
In de zomer van 2025 is de waterkwaliteit in verschillende waterpartijen op de Volgermeerpolder gemonitord. De monitoring wordt uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van de natte natuurdoelen van de Volgermeerpolder. Zo is helder en plantenrijk water in de sawa’s en de watergangen een doel. Helder water biedt een leefgebied voor veel verschillende plant- en diersoorten en draagt sterk bij aan de lokale biodiversiteit. In de sawa’s wordt ook gestreefd naar verlanding en veenvorming. Hiervoor is een goede waterkwaliteit een belangrijke voorwaarde. De monitoring helpt om de ontwikkeling van waterkwaliteit en natuurdoelen te volgen, te evalueren en eventuele knelpunten in kaart te brengen. Hierdoor kunnen indien nodig tijdig (beheer)maatregelen genomen worden.
In het algemeen is de waterkwaliteit van de 12 verschillende wateren die gevolgd worden in de Volgermeerpolder nog steeds voldoende tot goed te noemen. Zeker in vergelijking met de omringende (boezem)wateren in Waterland. De meeste wateren op de Volgermeerpolder zijn te karakteriseren als matig voedselrijk, helder en plantenrijk. Enkele van de gemonitorde wateren zijn wel relatief wat voedselrijker en in een aantal blijft ook de (water)plantengroei nog achter.
De winter, het voorjaar en ook de zomer van 2025 waren relatief warm en droog, waardoor de waterpeilen sterk daalden in het gebied en voedselrijk water vanuit de boezem ingelaten moest worden (Zie foto 1).

Foto 1: Sawa met helofytenkraag en drooggevallen oever, zomer 2025. Foto: D. Geerts.
Dit resulteerde in verschillende wateren in hogere concentraties aan voedingstoffen en in een aantal wateren in verhoogde (blauw)algenconcentraties. Dit is ongunstig is voor waterplantengroei. Deze wateren vormen een aandachtspunt. Andere wateren zijn in de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven qua voedselrijkdom.
Het aandeel waterplanten is over het geheel genomen relatief laag in de meeste wateren en niet sterk toe- of afgenomen in de afgelopen jaren. In sommige sawa’s was er wel een afname van waterplanten, wat waarschijnlijk het gevolg was van algenbloei. Het aandeel kranswieren (een pionierssoort) is in de tijd afgenomen, maar heeft dus (nog) niet geleid tot een toename aan andere waterplanten (successie).
In één van de sawa’s waren al langer problemen met (blauw)algen. Om die reden werd deze sawa zo goed als mogelijk tijdelijk drooggezet in 2024 en werden ook dijkjes aangelegd (zie foto 2).

Foto 2: Sawa (F6) met nieuw aangelegde dijk ter bevordering van o.a. rietgroei. Foto: D. Geerts.
De tijdelijke droogval pakt vooralsnog goed uit voor de groei van helofyten (m.n. riet, lisdodde). Omdat het waterpeil ook in 2025 relatief laag was (vanwege de droogte) is nog niet geheel duidelijk hoe de tijdelijke droogval uitpakt op de waterkwaliteit en ontwikkeling van waterplanten. Dit zal in 2026 duidelijker worden.
De groei van veenvormende planten zoals krabbenscheer en helofyten (zoals riet) is erg belangrijk voor de veenontwikkeling. Veenontwikkeling kan namelijk plaatsvinden als de productie van organisch materiaal (afgestorven plantenresten) groter is dan de afbraak ervan. De verschillen in rietgroei (of andere helofyten) waren groot tussen de sawa’s (zie foto 3).

Foto 3: Overzicht van de noordwestelijke sawa’s. Zichtbaar zijn de grote verschillen in helofyten- en waterplantenbedekking tussen de wateren. Foto: J. Graafland.
In het algemeen nam het aandeel helofyten door de jaren heen in de verschillende gemonitorde wateren toe of bleef stabiel.
Uit de monitoring bleek dat de concentraties sulfaat zijn toegenomen. Dit in tegenstelling tot de voorgaande jaren. Een lagere sulfaatconcentratie is gunstig voor de veenopbouw, omdat sulfaat de afbraak van organisch materiaal onder zuurstofarme omstandigheden kan versnellen. Door o.a. de lagere waterpeilen is waarschijnlijk sulfaat vanuit de bodem vrijgekomen in de waterlaag. Zodra de waterpeilen stijgen en de oevers en waterbodem zuurstofarm(er) worden, wordt sulfaat weer vastgelegd in de bodem.
In twee sawa’s met krabbenscheerplanten, die dit jaar werden toegevoegd aan de monitoring, waren de sulfaatconcentraties lager dan in de andere sawa’s. Dit is gunstig voor de krabbenscheergroei en veenopbouw.