Stadsdichter Ellen Deckwitz over de Volgermeerpolder
OP HET VOLGERMEER
Ooit was er een plek die dreigde te verdwijnen.
Die steeds verder verzadigd raakte met dingen
die werden afgedankt
of zaken die te gevaarlijk waren om ze op een
zichtbare plek te bewaren. Het maakte het water
hier onleefbaar, de bodem haast ontvlambaar
tot het genoeg was. Handen sloten zich ineen.
Voerden doeken aan om de dampen mee te smoren.
Slib werd gefilterd en aarde aangedragen
om dijken en waterterrassen mogelijk te maken.
Langzaamaan veranderde de plek
weer in een kraamkamer voor weidevogels en ringslangen.
Werd het een hemelsbrede kweekkwas voor boterbloemen
en lisdodden.
Er werden roosters opgemaakt
voor broedtijden, losloopmomenten
en uitwaaikansen. Handen gingen uit de mouwen
tot de vuilstort veranderde in een thuishonk
en alle velden in één grote achtertuin.
Tot wat eens een gifkring leek
uiteindelijk een oneindige omhelzing
van veren, eierschalen
gewassen en wateren bleek.
Ellen Deckwitz
28 november 2024
Broek in Waterland